ECE Brand- en Inbraakbeveiliging - Kennisbank

BORG-klasse 1, 2, 3 of 4: welke klasse heeft uw pand nodig?

De BORG-klasse van uw pand komt uit de VRKI, die vier risicoklassen kent. Klasse 1 is het laagste risico, klasse 4 het hoogste. Uw klasse volgt uit hoe aantrekkelijk uw inboedel of voorraad is voor een inbreker en wat die waard is. Die klasse bepaalt vervolgens welke combinatie van bouwkundige, elektronische en organisatorische maatregelen nodig is voor een BORG-certificaat.

Wat de VRKI doet

VRKI staat voor Verbeterde Risicoklassenindeling. Het is het rekenmodel dat verzekeraars en erkende beveiligingsbedrijven in Nederland gebruiken om het inbraakrisico van een pand te bepalen. De actuele versie is VRKI 2.0.

Het model kijkt niet naar hoe zorgelijk u zich voelt, maar naar objectieve kenmerken: wat er ligt, wat het waard is, hoe makkelijk het mee te nemen en te verkopen is, en hoe het pand erbij staat.

De uitkomst is een klasse. Bij die klasse hoort een pakket maatregelen. Doet u minder, dan krijgt u geen certificaat en accepteert uw verzekeraar de dekking mogelijk niet. Wat zo’n pakket aan detectie en doormelding betekent, staat uitgewerkt bij inbraakbeveiliging voor bedrijven, zodat u de uitkomst naast uw huidige installatie kunt leggen.

Hoe de klasse wordt bepaald bij een woning

Voor woningen draait het om de waarde van de attractieve inboedel. Dat is niet uw hele inboedel, maar het deel dat een inbreker in een tas krijgt en kwijt kan: sieraden, contant geld, audiovisuele en computerapparatuur, horloges, kunst.

De VRKI werkt met waardegrenzen: hoe hoger de waarde van die attractieve inboedel, hoe hoger de klasse. Waar die grenzen precies liggen staat in de VRKI zelf, en uw verzekeraar kan er eigen grenzen bovenop leggen. De klasse rolt dus uit de berekening en niet uit een schatting vooraf.

De meeste woningen vallen in klasse 1 of 2. Klasse 3 en 4 ziet u bij woningen met een kluis, een aanzienlijke verzameling of vrijstaande ligging.

Hoe de klasse wordt bepaald bij een bedrijf

Bij bedrijven werkt het anders. Daar kijkt de VRKI naar de attractiviteit van uw goederen en naar de inkoopwaarde ervan.

Attractiviteit is een eigenschap van het product, niet van uw bedrijf. Tabak, smartphones, laptops, merkkleding, medicijnen, gereedschap en accu’s staan hoog. Bulkmaterialen, machineonderdelen en halffabricaten staan laag. Een magazijn vol elektronica komt bij dezelfde waarde in een hogere klasse dan een magazijn vol verpakkingsmateriaal.

Daarbij weegt mee wat u ermee doet. Goederen voor eigen gebruik, goederen in een winkel en goederen in opslag voor distributie worden verschillend gewogen.

Wat u per klasse moet regelen

Grofweg loopt het zo op:

Klasse 1 vraagt vooral om deugdelijk hang- en sluitwerk en gedrag. Een alarminstallatie is meestal niet verplicht.

Klasse 2 vraagt om bouwkundige maatregelen met inbraakwerendheid, in de praktijk SKG-gekeurd hang- en sluitwerk, plus een gecertificeerde alarminstallatie met detectie in de bereikbare ruimten.

Klasse 3 vraagt om zwaardere bouwkundige maatregelen en een uitgebreidere detectie, doorgaans met doormelding naar een particuliere alarmcentrale.

Klasse 4 vraagt om het volledige pakket: zware bouwkundige beveiliging, volledige detectie inclusief buitenschil en vaak camera-verificatie, gecertificeerde doormelding en vastgelegde alarmopvolging.

Dit is de hoofdlijn. De exacte eisen per klasse staan in de VRKI-tabellen en worden per pand ingevuld, want de indeling houdt ook rekening met de directe omgeving, de bereikbaarheid van het pand en wat er al aanwezig is.

Wie bepaalt uw klasse?

Een BORG-erkend beveiligingsbedrijf voert de risicoanalyse uit met de VRKI en legt de uitkomst vast in een beveiligingsplan. Uw verzekeraar kan daarvan afwijken en een hogere klasse eisen dan de rekensom aangeeft, bijvoorbeeld door schadehistorie in uw straat of branche.

Laat die volgorde intact. Eerst risicoanalyse, dan plan, dan akkoord van de verzekeraar, dan pas installeren. Wie eerst installeert en achteraf een certificaat wil, betaalt vaak twee keer.

Of uw klasse nog klopt, kunt u zelf nakijken. Ligt er een beveiligingsplan met een datum erop, staat op uw polis dezelfde klasse, en is het pand sinds die datum niet verbouwd of uitgebreid? Wijkt een van de drie af, dan is uw installatie beoordeeld op een pand dat er niet meer zo staat.

Meer over hoe de risicoanalyse en het beveiligingsplan in elkaar zitten, leest u in VRKI risicoklassenindeling en beveiligingsplan.

Bij ECE begint dat met de VRKI-berekening op locatie. Een monteur loopt de gevel, de bereikbare ruimten en de goederen langs, en u krijgt de klasse met de onderbouwing erbij op papier, in een beveiligingsplan dat u aan uw verzekeraar voorlegt. ECE is BORG- en KIWA-gecertificeerd en werkt met eigen monteurs door heel Nederland.

ECE Brand- en Inbraakbeveiliging | 030-2447792 | https://ecebv.nl/
Gedownload op 24 oktober 2026